Vesico-ureterale reflux met vorming van littekenweefsel in de nieren

Inleiding

Vesico-ureterale reflux is het terugvloeien van urine uit de blaas (vesica) naar de urineleiders (ureters). Als gevolg hiervan kan zich vezelachtig weefsel vormen in de nieren en dan is er sprake van vesico-ureterale reflux met vorming van littekenweefsel in de nieren, ook reflux-nefropathie genoemd. Vesico-ureterale reflux komt gewoonlijk voor bij baby’s van het mannelijk geslacht en bij meisjes gedurende de eerste kinderjaren. Deze aandoening gaat dikwijls gepaard met infectie van de urinewegen.
top

Oorzaken

De vorming van littekenweefsel in de nieren wordt veroorzaakt door beschadiging van de niercellen. Dit is meestal het gevolg van een infectie veroorzaakt door vesico-ureterale reflux. Het terugvloeien van urine uit de blaas naar de urineleiders kan echter ook op zichzelf tot de vorming van littekenweefsel leiden, dus zonder dat er sprake is van een infectie. Bij alle vormen van vesico-ureterale reflux kan dergelijke littekenweefselvorming optreden, maar het grootste risico lopen kinderen met een reflux, meestal als gevolg van aangeboren afwijkingen in het urineafvoersysteem.
top

Verschijnselen

De meeste patiënten met vesico-ureterale reflux hebben herhaaldelijk last van koorts, pijn tijdens de urinelozing en pijn in de onderbuik. Deze verschijnselen wijzen op steeds terugkerende infectie van de urinewegen. Andere veel voorkomende symptomen van vesico-ureterale reflux zijn verhoogde bloeddruk, eiwitten in de urine en een verminderde nierfunctie.
top

Diagnose

De diagnose van vesico-ureterale reflux met littekenweefsel in de nieren wordt gesteld op grond van de verschijnselen en een lichamelijk onderzoek van de patiënt. Uit echografie van de nieren en intraveneuze pyelografie blijkt of de niercellen zijn gekrompen en het nierweefsel achteruit is gegaan. Bij kinderen kan op deze manier worden nagegaan of de nieren genoeg met het kind zijn meegegroeid en niet te klein zijn voor de leeftijd.

Kweekproeven helpen ook bij het stellen van de diagnose. Hierbij worden urine- of bloedmonsters op een voedingsbodem (kweekmedium) aangebracht, die de groei en vermenigvuldiging van micro-organismen bevordert. Aan de hand daarvan kan worden bepaald of er inderdaad sprake is van een infectie en, zo ja, welk micro-organisme daarvoor verantwoordelijk is.

Röntgenfoto’s met contrastvloeistof van de blaas en de urinebuis (urethra), zijn eveneens nuttig bij het opsporen van vesico-ureterale reflux. Bij mictie-cysto-urethrografie worden de blaas en de urinebuis door röntgenstralen in beeld gebracht tijdens de urinelozing (mictie) nadat in de blaas een contrastvloeistof is gespoten. Scintigrafie helpt de aanwezigheid van littekenweefsel in de nieren aan het licht te brengen. Hierbij worden bepaalde radioactieve elementen in een ader gespoten. Deze elementen hopen zich vooral op in littekenweefsel en worden met behulp van gammastralen zichtbaar gemaakt.

top

Behandeling

Als vesico-ureterale reflux met littekenweefsel in de nieren gepaard gaat met een infectie van de urinewegen, worden allereerst antibiotica voorgeschreven om die infectie te bestrijden. Daardoor wordt tegelijk de verdere vorming van littekenweefsel in de nieren tegengegaan.

Vesico-ureterale reflux wordt ingedeeld in verschillende categorieën, afhankelijk van de mate waarin de urineleiders structurele afwijkingen vertonen. Vesico-ureterale reflux van een lage categorie verdwijnt meestal vanzelf. Daarom kan bij kinderen met vesico-ureterale reflux van een lage categorie gewoonlijk worden volstaan met medische controle en geregelde onderzoeken. Bij kinderen met een hoge categorie vesico-ureterale reflux is operatief ingrijpen meestal noodzakelijk. Dit helpt ook de vorming van littekenweefsel tegen te gaan.

top

Prognose

Vesico-ureterale reflux met littekenweefsel in de nieren komt vooral voor bij kinderen. Als de diagnose niet in een vroeg stadium wordt gesteld en behandeling lang uitblijft, lopen patiënten met een hoge categorie vesico-ureterale reflux die gepaard gaat met infectie van de urinewegen, het risico op vorming van littekenweefsel in de nieren. Dit kan op den duur leiden tot ernstige achteruitgang van de nierfunctie en nierinsufficiëntie.
top

Meer informatie

Informatie van de Nierpatiënten Vereniging Nederland
www.nvn.nl

Bagga, A. (2001), “Urinary tract infections: evaluation and treatment”, Indian journal of pediatrics, vol. 68, Suppl. 3, pp. S40-45.

Ellsworth, P. I, Cendron, M, & McCullough, M. F. (2000), “Surgical management of vesicoureteral reflux”, AORN journal, vol. 71, no. 3, pp. 498-505, 508-513.

Jakobsson, B, Jacobson, S. H, & Hjalmas, K. (1999), “Vesico-ureteric reflux and other risk factors for renal damage: identification of high- and low-risk children”, Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992). Supplement, vol. 88, no. 431, pp. 31-39.

King, L. R. (1992), “Vesicoureteral reflux, megaureter and ureteral Reimplantation”, in: Walsh, P. C, Retik, A. B, & Stamey, T. A, et al. (eds), Campbell’s Urology, 6th edn, W.B. Saunders Company, London.

Scott, J. E. S. (1885), “Upper Urinary Tract: Vesico-ureteral reflux in children”, in: Hendry, W.F, Whitfield, H.N. (eds) Textbook of Genitourinary Surgery, Churchill Livingstone, London.

Smellie, J. M, Prescod, N. P, & Shaw, P. J, et al. (1998), “Childhood reflux and urinary infection: a follow-up of 10-41 years in 226 adults”, Pediatric nephrology (Berlin, Germany), Nov, vol. 12, no. 9, pp. 727-36.
top